afdrukken

Aan de slag

Start in het voorjaar, in de zomer of op een zonnige herfstdag

Zet zeker nooit een composteersysteem op of start nooit met het vullen van een compostvat bij vriesweer, omdat het composteringsproces dan moeilijk op gang komt. Hevige regen vermijd je ook best bij de start van een compostbak of -hoop.

Compostvat-bodemplaat op stenenZet het vat op een plaats die per dag enkele uren zon krijgt.
Een compostbak of -hoop heeft minder zon nodig en kan dus op een schaduwrijke plaats gezet worden.
Plaats het compostvat op dallen of een houten palet, zodat het overtollige vocht kan wegsijpelen en de compostdiertjes hun weg vinden naar het materiaal. Leg onderaan veel structuurmateriaal dat voor de nodige verluchting zorgt: takjes, haagscheersel, houtsnippers, …

Diverse soorten keukenafvalGebruik zoveel mogelijk vers materiaal.
Het keuken- en tuinafval wordt best zo vers mogelijk aan het composteersysteem toegevoegd. Vermeng het met het reeds aanwezige materiaal om uitdrogen te vermijden.

Verkleinen van takjesVoeg niet te grof materiaal toe.
Om de afbraakorganismen voldoende toegang te geven tot het afval, mag het niet te grof zijn. Daarom knip je de stengels van vb. bloemen of andere planten en lange twijgjes best in korte stukjes. Takken worden beter met een hakselaar verkleind. Een hakselaar is in de handel te koop of kun je huren.

compost mengenMeng goed.
De micro-organismen (bacteriën, schimmels…) en kleine beestjes (wormen…) die voor de afbraak zorgen, hebben voedsel, water en lucht nodig. Goed composteren betekent dan ook vooral goed mengen.
Droog en stug afval (stro, kleine takjes,…) meng je best met water- en voedselrijk materiaal (gemaaid gras, keukenafval). Het droge afval zorgt dan voor de luchtcirculatie en het natte afval voor het water en het voedsel. Zo kunnen de bacteriën en schimmels het best hun gang gaan.
Heb je enkel nat keukenafval en gras, voeg dan houtsnippers toe bij het opzetten van je composthoop. Snippers kan je verkrijgen op het recyclagepark van je gemeente of in je tuincentrum.

Mulch van grasmaaisel onder klein fruitLet op voor grote hoeveelheden.
Voeg nooit te grote hoeveelheden van hetzelfde materiaal in één keer toe. Grote hoeveelheden gras of bladeren kun je gerust in je tuin uitstrooien tussen struiken en bomen. Deze vormen immers een ideale mulchlaag (deklaag), die de groei van onkruid tegenhoudt.

ThermometerHou je composthoop of compostvat in het oog.
Door het intens afbraakproces stijgt de temperatuur in de compost en gaan de afbraakorganismen nog sneller werken. Bij temperaturen boven de 50° C kunnen deze organismen zelfs onkruidzaden en ziektekiemen vernietigen. De hoop wordt zo als het ware gepasteuriseerd. Door de stijging van de temperatuur verdampt ook al het overtollige vocht.
Let er dus op dat je composthoop niet te nat wordt en hierdoor aan temperatuur verliest. Veel nat materiaal toevoegen in je compostvat is dus uit den boze.

Compostvat met beluchtingsstokBelucht de compost.
Het proces van de compostering wordt sterk bevorderd door de compost te beluchten. Als je met een composthoop of een compostbak werkt, moet je de compost omzetten. Bij een composthoop of een enkele compostbak doe je dat met een riek. Als je met meerdere compostbakken werkt, verplaats je de inhoud beste van de ene bak naar de andere. In een compostvat kun je met een beluchtingsstok werken.

Wat kan je wel composteren? En wat niet?

Om goed te composteren heb je een mengeling nodig van groen en bruin materiaal.
Groene materialen zijn o.a. keuken- en tuinresten, zoals grasmaaisel, groente- en fruitresten, gewied onkruid, verwelkte snijbloemen, ... Groen materiaal heeft een hoog vochtgehalte en bevat veel voedingsstoffen.
Bruine materialen zijn vb. houtsnippers, droge bladeren, dorre stengels, maar ook stro en hooi. Bruin materiaal zorgt voor structuur en verzekert de zo belangrijke luchtvoorziening in het composterende materiaal en voorkomt verslempen en hinderlijke geur.

Wat kan je wel composteren?
> bladeren en naalden
> tuin- en snijbloemen
> fruitresten en -schillen (ook van citrusvruchten)
> grasmaaisel
> groenteresten en -loof (incl. aardappelschillen)
> haagscheersel, fijn snoeihout en takken
> verhakseld hout
> hooi en stro
> keukenpapier (zonder vet!)
> mest en uitwerpselen van planteneters en vogels
> noten en doppen, fruitpitten en -stenen, zaden en granen (droog)
> onkruid (dat niet in het zaad staat!)
> papier, karton (kleine hoeveelheid)
> resten uit groenten- en siertuin
> theebladeren, theezakjes, cichorei, koffiedik (incl. papieren filterzakjes)

Wat composteer je (best) niet?
> bioplastics
> compoststarters en -versnellers
> dierlijke (bij)producten (dit zijn dierlijke resten, beenderen, vleesresten, charcuterie, haar en pluimen, kattenbakvulling, mosselschelpen, eierschalen, ...)
> gekookt of bereid voedsel (vb. brood en broodresten, koekjes, gebak, chips, chocolade, gekookte groenten, olie- en vetrijke materialen, ...)
> graszoden
> houtskool
> inerte materialen zoals aarde, (hout)as, grond, klei, zand, leem, metaal, steen, kalk, en synthetische materialen (vb. brik, kunststof, isolatiemateriaal, plastic wegwerpluiers, -doeken en -verbanden, kunststof theezakjes, ...)
> stof uit de stofzuigerzak
> timmerhout, houtkrullen, houtvezel, kurk
> menselijke uitwerpselen en uitwerpselen van vleesteters

Hoofdzetel: Zelebaan 42, 9160 Lokeren - T. 09 348 43 97 - info@idm.be - Proclaimer - info@idm.be - Proclaimer
Ophaaldienst: Moortelstraat 16, 9160 Lokeren - T. 09 298 21 10 - F. 09 337 07 28 - BE 0214.014.167